Athene - Op zondagochtend, een dag na het volbrengen van de zware 246 km tussen Athene en Sparta, klinkt de stem van Jan-Albert Lantink al weer heel opgewekt door de telefoon. De veelheid aan opgedane indrukken, en ondergane vermoeienissen en emoties moet nog bezinken, maar toch is de bedrijfsarts uit Borne al weer druk bezig met zijn eerste analyses. “Natuurlijk doet het pijn om het podium te missen als je er zo lang zo dicht bij hebt gezeten, maar toch kan ik wel tevreden zijn met die vijfde plek”.
Ultralopen als teamwerk
Lantink is iemand die zijn glas eerder als halfvol dan als halfleeg zal bestempelen. Zijn gedachten worden niet volledig beheerst door die vervelende inzinking op nog geen 50 km van Sparta. Hij kan alweer met veel enthousiasme vertellen over de dingen die wel goed zijn gegaan. En dat waren er heel wat. Het lastige stuk op weg naar de Sangaspas bijvoorbeeld, een voortdurend stijgend stuk van twaalf kilometer lang met hele steile gedeelten erin, waar de meeste deelnemers zich gedwongen zien tot wandelen. “Ik voelde me toen heel sterk, en kon tot mijn eigen verbazing een tempo van 10 km/uur vasthouden”. Ook de eigenlijke klim over de Sangaspas, die soms op handen en voeten moet, kostte Lantink weinig moeite: “Ik had daar in de week vooraf al even geoefend, en kon in de wedstrijd heel vlot en soepel omhoog. Ik heb gehoord dat Sekiya daar veel meer problemen mee had”. In de afdaling, die wat meer over een echt pad gaat, maar door de vele losliggende steentjes behoorlijk verraderlijk is, had Lantink ook winst kunnen boeken: “Voor de afdaling heb ik trailschoenen aangetrokken, daarop kun je veel sneller en veiliger naar beneden”. Die opmerkingen illustreren aardig hoe Jan-Albert zich op de belangrijke wedstrijden voorbereidt. Hij staat bekend als een “control freak”, die liefst niets aan het toeval wil overlaten. In het behoudend ingestelde ultrawereldje, met een nogal romantische inslag van “we rommelen maar wat aan”, tekent hij voor een geheel ander geluid. Zijn benadering is te vergelijken met die van de Amerikaan Scott Jurek, die als eerste de Spartathlon drie keer op rij wist te winnen. Beiden hebben veel oog voor details waar anderen nauwelijks aandacht aan besteden, en kennen grote waarde toe aan een minutieuze voorbereiding, goede verzorging en begeleiding. Door de teleurstellende ervaringen in de hitte van 2007 had Lantink dit jaar veel aandacht besteed aan het onderwerp “koeling”, vooral tijdens de eerste 80 km waarin geen eigen verzorging is toegestaan. “Bij een aantal verzorgingsposten heb ik mijn drinken zelfs in kleine koelboxjes aangeleverd. Zo kon ik daar over lekker koude sportdrank beschikken, waardoor ik een volgende verzorgingspost soms zelfs kon overslaan”. Scott Jurek (dit jaar afwezig) nam altijd een team mee naar Griekenland, en de gesmeerde wijze waarop hij verzorgd werd bij de daarvoor aangewezen check points, deed zelfs denken aan pitstops in de formule 1 racerij. Ook Lantink werd weer begeleid door een ondersteunend team, waarin ook zijn dochter Emilia (13) een belangrijke rol speelde: “Ze is een spontane meid, en is heel direct. Als ik kapot zit krijg ik gewoon te horen dat ultralopen niet iets voor watjes is. Alleen al voor haar kon ik het niet maken om nog een keer uit te vallen. Zonder steun van mijn team was ik er waarschijnlijk niet doorgekomen”. Het was hem wel opgevallen dat de organisatie van de Spartathlon bij de check points streng toeziet op de manier waarop de koplopers worden verzorgd. “Als Emilia maar even buiten de aangewezen verzorgingszone ging staan om een fles aan te reiken, werd ze meteen teruggefloten”. Hoewel hij het lopen natuurlijk helemaal zelf moet doen, beschouwt Lantink het ultralopen wel als teamwerk, en beleeft hij enorm veel plezier aan het met elkaar uitstippelen van de juiste aanpak. Het blijft bovendien een continu leerproces, waarin hij ook bereid is om de bakens te verzetten als dat nodig is. Enkele jaren geleden begon Lantink met “een frisse kijk die niet gehinderd wordt door ervaring”, maar hij schroomde niet om een beroep te doen op andere mensen met kennis en ervaring, toen hem dat (door eigen praktijkervaringen) toch wel verstandig leek. De contacten met iemand als Gerrit van Rotterdam vindt hij heel waardevol bij zijn voorbereiding. “Gerrit vormt een goed klankbord, komt met duidelijke antwoorden, en blijft altijd rustig”. Die steun had Lantink ook wel even nodig toen hij enige weken niet kon trainen,nadat hij bij de West Highland Way Race (in juni) zijn knieën flink had beschadigd. Hij begon er sterk aan te twijfelen of de Spartathlon nog wel een haalbare kaart was, maar Van Rotterdam wist hem ervan te overtuigen dat een goede voorbereiding nog steeds mogelijk was.
De inzinking
Toch nog even terug naar de inzinking die hem een zeker lijkende podiumplek kostte. Wat was er aan de hand? “Na ongeveer 200 km kreeg ik last van coördinatiestoornissen, en begon ik helemaal te zwalken. Vermoedelijk een te sterke daling van mijn bloedsuikerspiegel, misschien heb ik toch te weinig koolhydraten binnen gekregen. Ik kreeg het heel koud, en heb zelfs een vuilniszak met gaten voor hoofd en armen over me heen getrokken. Om weer wat bij te komen ben ik een tijdje op een matrasje gaan liggen. Toen ik daarna weer moeizaam op weg ging was de vaart er helemaal uit. Ook het opmerkingsvermogen werd minder. Het lichaam kan veel hebben, maar ik had wel het gevoel dat ik op het randje zat. Toen het licht was geworden dacht ik één van de jongens die me gepasseerd waren in de berm te zien staan, misschien moest die wel overgeven. Maar het bleek gewoon een vuilcontainer te zijn”. Natuurlijk had Lantink bijzonder graag het podium gehaald, en deed het pijn om er net naast te grijpen, maar die gevoelens relativeert hij een dag later alweer: “Ik vind het nu vooral jammer voor het Nederlandse ultralopen dat ik het podium niet gehaald heb. Dat kan een opsteker wel gebruiken, want internationale successen zijn dun gezaaid”. Zelf zal hij nog lang kunnen nagenieten van de soms verpletterende indrukken die hij heeft opgedaan. “Het is gewoon een prachtig avontuur. In een dorpje na de Sangaspas werd ik onthaald door een geestelijke, en stond zowat de hele bevolking mij aan te moedigen. Kinderen lopen achter je aan. .. maar helaas ook wel eens honden. Eén deelnemer schijnt ook gebeten te zijn. En de huldigingsceremonie in Sparta was ook heel bijzonder. Je krijgt gewoon kippenvel als een Japanner in z n eentje a capella het volkslied gaat zingen”. Ook de ontmoeting met ultralopers uit andere delen van de wereld werkt uiterst stimulerend. Voor velen is het zelfs de doorslaggevende reden om jaarlijks naar Griekenland terug te keren. “Ik heb een aantal inspirerende gesprekken gehad, bijvoorbeeld met iemand als Jens Lukas (drievoudig winnaar). Zulke contacten zullen zeker worden voortgezet”.
Toekomstplannen
“Toen ik tijdens het lopen volledig stuk zat, dacht ik eraan om helemaal met ultralopen te kappen. Maar nu ben ik in gedachten al weer druk bezig met het analyseren van mijn ervaringen: wat is er goed gegaan, wat niet, wat had beter gekund. Ik zie al weer verschillende verbeterpuntjes. Dat is voor mij toch één van de grote charmes van het ultralopen. Het gaat alweer kriebelen, dus wie weet. Zolang ik nog plezier kan beleven aan het wedstrijdelement, en mogelijkheden tot progressie zie, zal ik maar niet hardop over stoppen praten”. Voor volgend jaar gaan de gedachten van Jan-Albert trouwens niet alleen uit naar het ultralopen, want net als vele anderen heeft hij ondervonden dat een goede ultratraining geen afbreuk hoeft te doen aan de basissnelheid. “Als vijftigplusser heb ik dit jaar mijn PR op zowel de 10 km als de halve marathon nog verbeterd. Dat wil ik volgend jaar nog eens proberen. En het lijkt me ook wel leuk om eens een gooi te doen naar de titel op de halve marathon in de klasse M50”. Waarmee hij onbedoeld zijn veelzijdigheid als loper onderstreept. Maar eerst gaat hij het lopen twee maanden lang op een hele rustige manier benaderen, om volledig te herstellen van alle inspanningen. En ook rustig de tijd nemen om na te genieten van alweer een bijzonder loopjaar.
© hardloopnieuws.nl - Door Dik Jagersma
|